Afterparty

Het heeft toch wel wat, de moestuin in de herfst. Zeker als het zonnetje zo lekker schijnt. Het is als het opruimen na afloop van een feestje. Beetje moe, wel voldaan, tikje weemoedig en nog geen zin om al naar bed te gaan. Je haalt de slingers weg, brengt de glazen naar de keuken, bergt de lege flessen op, snoept wat van de overgebleven hapjes en zet de stoelen weer op zijn plaats. Zoiets is het, ja. Je oogst de pompoenen, gooit de ranken op de composthoop, snijdt de laatste twee courgettes af alvorens je de planten van hun plek haalt. Snoept samen met de laatste wespen van een paar frambozen en neemt het laatste maaltje borlottibonen mee naar huis. Dat is de sfeer in de tuin, deze dagen. Als de zon steeds lager staat, de bladeren verkleuren en de spinnen vlijtig en consciëntieus hun webben maken: insteken, omslaan, doorhalen en af laten glijden.

Lees verder

Oktober

Half oktober heb ik knoflook in de grond gestopt. Gewoon, een stuk of vijftien teentjes uit bollen van de supermarkt. En allemaal zijn ze prachtig opgekomen. Daar staan ze, twee rijtjes fris groene puntjes. Een vleugje voorjaar in de herfst.

Was wel leuk om ook nu nog iets nieuws te beginnen. Het is toch al zo’n Aflopende Zaak in het najaar en dat stemt me vaak toch al zo weemoedig. Waarom schiet me dan altijd die ene zin in gedachten: ‘Het grote sterven is begonnen.’ Geen idee waar ik die ooit gehoord of gelezen heb. Zou Gerard Reve kunnen zijn. Of Olie B. Bommel. Of een andere heer van stand.

Lees verder

De eerste raapjes en tweede leg worteltjes

Het gaat nu hard. De tuin lijkt opeens een groeispurt te hebben gemaakt. Waar het kiemen en groeien in het vroege voorjaar toch wat moeizaam ging, spuit alles nu werkelijk de grond uit. Misschien heb ik sommige dingen in mijn enthousiasme toch wat te vroeg gezaaid. De worteltjes bijvoorbeeld. Van de eerste zaaironde is bijna niets opgekomen. Maar de rijtjes die ik later heb gezaaid, mijn tweede leg zeg maar, doen het veel beter.

En het was droog, te droog. Ik heb te weinig water gegeven, weet ik nu. Ik heb de tuinslang, die wij thuis bijna nooit gebruiken, naar de moestuin gebracht. Ik sproei nu regelmatig. Dat gaat veel sneller dan lopen met een gieter. De planten lijken er wel bij te varen.

Lees verder

Mol

Ik zag een mol vandaag. Eerst zag ik de aarde in mijn “boomgaard” bewegen en toen kwam hij rechts van het boomschorspad omhoog. Hij keek even om zich heen – ik weet dat dit niet kan en dat mollen blind zijn, maar ik schrijf het toch: hij keek namelijk echt om zich heen, alleen dan niet met zijn ogen, maar met zijn neus – en verdween toen weer onder de grond. Hij draaide een paar rondjes in de boomgaard, die ik op de voet kon volgen omdat hij daarbij de aarde omhoog stuwde, en stak toen voor een tweede maal zijn kopje boven de grond. Toen verdween hij weer en zette koers naar het paadje, aan de andere kant waarvan mijn bedjes met sla, worteltjes, radijsjes en raapstelen onschuldig en onwetend lagen te doezelen in de zon. Beschermd met netten, ja, maar wat halen die uit tegen een mol.

Lees verder

Nieuwbouwwijk

En dan, op 2 maart, is het zover: ik zaai! De bedjes zijn aangeharkt, de voren getrokken, de zaadjes neergelegd en toegedekt met zand. Vroeg, ja. Te vroeg?
‘Nu al?’ zeggen vrienden, ‘hebben jullie nu al gezaaid?’
Maar het is een winter van niks geweest en nu schijnt de zon en stijgt het kwik tot boven de 10 graden. Maar inderdaad, we zijn de enige op het moestuinencomplex.

Ik zaai een paar rijtjes pluksla, de lentemix van De nieuwe tuin, en een paar met Parijse worteltjes, die de naam ‘Parijse markt’ dragen en die ik alleen al om de naam wilde hebben. Ik zaai een half bedje in met raapstelen, met de iets minder poëtische naam ‘Gele’, en een paar rijtjes peultjes, de ‘Dwarf Sweet Green’ waar ik het laatst al over had. Ik zet twee keer vier stokken in piramidevorm bij elkaar en stop rond elke stok vier tuinbonen in de grond. ‘Bonen zaai je niet, maar leg je,’ mompel ik een opgedane boekenwijsheid tegen mezelf.

Lees verder