Nachtwerk

Hoewel regen en storm anders doen vermoeden is het voorjaar toch echt aangebroken. Echt. Heus waar. Binnenskamers, althans. Waar de regen mijn moestuin lijkt te veranderen in een moerasdelta, nieuwe natuur zullen we maar zeggen, daar is op mijn vensterbank de lente al begonnen. Of het voorspel van de lente, beter gezegd.

Lees verder

Nagekomen berichten

Allereerst moet ik mijn excuses aanbieden aan de tuinboon. Vicia faba. Of mijn tuinbonen, om precies te zijn. Mijn tuinbonen, waarvan de THT-datum was verstreken. In mijn vorige stukje klaagde ik over het feit dat er van de vierentwintig gezaaide tuinbonen slechts één was opgekomen. Welnu, dat moet ik rectificeren: het zijn er inmiddels acht. Het stukje had in plaats van over de koppigheid van de tuinier dus ook over zijn ongeduld kunnen gaan.

Lees verder

Ons bent koppig

Misschien denkt u dat het hebben en houden van een moestuin alles met zen te maken heeft. Met een een-zijn-met-de-natuur. Of misschien juist met ratio. Met boekenwijsheid, mindfulness, go-with-the-flow, boerenverstand, of aan welke smaak u ook maar de voorkeur geeft. Dan moet ik u teleurstellen. Dat is niet waar. Of beter, het is allemaal waar. Afhankelijk van het gemoed van de tuinier. En de staat van zijn tuin. Dat vooral. Il giardiniere è mobile. De moestuinier is wispelturig. Qual piuma al vento.

Lees verder

Van kraamkamer naar bed

Toen ik vorig weekend drie courgettes in stukjes stond te snijden, besefte ik opeens dat ik over een half jaar weer zou omkomen in de courgettes. Ik had deze drie gewoon in de supermarkt gekocht, zoals iedereen, en het idee dat ik straks, net als in de afgelopen zomer, om de dag een courgette zou kunnen oogsten, was onwerkelijk en opwindend tegelijk. En toch is het zo. Over zes maanden weten we niet waar we alle groenten die uit de tuin komen moeten laten.

Lees verder

Klaar voor de start… af

En plotseling word je dan toch overvallen door het feit dat het al bijna 1 februari is.  Tussen alle najaarsachtige stormen en regenbuien, korte vorstperiodes, feestdagen en winterdepressies door is de tijd zijn gang gegaan. Ongemerkt bijna. En met die naderende datum van 1 februari komt er een zekere haast over je. Een koortsig gevoel. Een lichte paniek. Een dreigende slagschaduw ligt over de dagen, geworpen door een in kapitalen geschreven vraag: Ben ik op tijd klaar voor het voorjaar?

Lees verder

Eigen schuld

Mijn tuinbonen zijn weg. Door vogels uit de grond gepikt. De korte steeltjes met een paar kleine blaadjes eraan liggen zielloos op de aarde. De bonen zelf zijn verdwenen. In een vogelmaag. Het voelt als diefstal. Onrecht. Groot onrecht.

Maar ik moet ook toegeven dat het een beetje mijn eigen schuld is. Een aantal malen heb ik me voorgenomen om het bedje af te schermen met een net. Maar deed het niet. En nu is het te laat.

Ze liggen er erg zielig bij, die restjes tuinboonplant. Ont… ja, ont-wat eigenlijk? Onthoofd, maar dan alsof ze met de kopjes in de grond zaten. Daar heeft het nog het meest van weg.

Ik ruim ze op. En ga netten kopen. Nu meteen nog. U weet wel, als het kalf verdronken is…

Voorjaar!

God zij dank: mijn appelboom loopt uit! De hele winter lang heb ik naar de kale, sterk teruggesnoeide stam en kroon gekeken. Ik kon de nieuwe loten er wel uit kijken. Maar nu is het zover. Ik maak in gedachten een juichsprongetje: gelukkig heb ik hem niet kapot gesnoeid.

En ook  de eerste zaden zijn ontkiemd en steken hun kleurige kopjes boven de aarde uit. Het is nu werkelijk voorjaar! Snoepjes zijn het, die iele steeltjes met hun kiemblaadjes, maar zo fragiel. Maar het is niet alleen het zaad dat ik in de grond heb gestopt dat ontkiemt. Door de hele tuin springt het onkruid tevoorschijn. En het erge is dat het onkruid zich niets aantrekt van mijn rijtjes en schema’s. Ze dringen zich tussen mijn pluksla en worteltjes: hoe herken ik wat onkruid is en wat niet? Ik durf niet te schoffelen en trek op mijn knieën gezeten één voor één elk sprietje onkruid eruit. Bij twijfel laat ik het staan, dat lijkt me de beste strategie.

Lees verder

Nieuwbouwwijk

En dan, op 2 maart, is het zover: ik zaai! De bedjes zijn aangeharkt, de voren getrokken, de zaadjes neergelegd en toegedekt met zand. Vroeg, ja. Te vroeg?
‘Nu al?’ zeggen vrienden, ‘hebben jullie nu al gezaaid?’
Maar het is een winter van niks geweest en nu schijnt de zon en stijgt het kwik tot boven de 10 graden. Maar inderdaad, we zijn de enige op het moestuinencomplex.

Ik zaai een paar rijtjes pluksla, de lentemix van De nieuwe tuin, en een paar met Parijse worteltjes, die de naam ‘Parijse markt’ dragen en die ik alleen al om de naam wilde hebben. Ik zaai een half bedje in met raapstelen, met de iets minder poëtische naam ‘Gele’, en een paar rijtjes peultjes, de ‘Dwarf Sweet Green’ waar ik het laatst al over had. Ik zet twee keer vier stokken in piramidevorm bij elkaar en stop rond elke stok vier tuinbonen in de grond. ‘Bonen zaai je niet, maar leg je,’ mompel ik een opgedane boekenwijsheid tegen mezelf.

Lees verder