Drama

Drama in de moestuin deze week. In twee opzichten. De eerste vorm van dramatiek kwam van onze loganberry, de struik met de heerlijke vruchtjes waarvan ik hier al zo vaak de lof heb gezongen. Hij is niet meer, de struik. Tenminste, daar lijkt het op.

Lees verder

Van kleur verschieten

Gisteren mijn snij- en sperziebonen voorgezaaid. Of eigenlijk is ‘zaaien’ niet het juiste woord. Bonen leg je. Maar dat maakt het schrijven erover zo ingewikkeld dat ik toch maar voor ‘zaaien’ kies. Bovendien: voor taalpurisme is in de tuin geen plaats. Voor taal eigenlijk so wie so niet. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van iemand die erover schrijft. Maar het fijne van werken in een (moes)tuin is juist de taalloosheid. De stilte van al die handelingen, het spitten, harken. zaaien, wieden, oogsten, waarvan de betekenis en waarde zonder woorden kan.

Lees verder

Trouw en ontrouw

Het is moeilijk om weerstand te bieden aan de verleidelijkheid van het nieuwe. Niet alleen het vlees is zwak, ook in de standvastigheid of loyaliteit van de moestuinier wordt gemakkelijk een bres geslagen. Elk jaar weer wordt hij op de proef gesteld: vasthouden aan het vertrouwde of toegeven aan de verleiding van het nieuwe, het andere, aan de belofte van een flirt, de belofte van spanning, verandering, van mogelijk geluk.

Lees verder

Weelderig

We waren bang voor droogte tijdens onze vakantie en vreesden de tuin uitgedroogd en dor aan te treffen. Maar laat het nu juist in onze vakantie veel geregend hebben. Niet koud. Ook genoeg zon. En veel regen. Ideaal voor een afwezige moestuinier.

We keken onze ogen uit toen wij het eerste bezoekje aan de tuin brachten. Courgettes met de lengte van een onderarm en de dikte van een kuit. Komkommers die minstens zo lang waren. De bonen hadden tijdens onze afwezigheid stellages gevormd van sappige, heldergroene bladeren, vol met trossen snij- en sperziebonen. De pompoenen vormden een woud van harige stengels en grote, hartvormige bladeren. De andijvie was gegroeid, de winterpeen vuistdik. De uien waren nog groter gegroeid dan ze al waren en begonnen hun stengels neer te vlijen.

Weelderig, dat is het beste woord dat ik ervoor kan bedenken.

Lees verder

De bonen mogen erin!

Eindelijk is het zover: de bonen mogen de grond in! Na ijsheiligen. En voor wie dat net zoals mij niets zegt: na half mei. Ik begin met de sperziebonen. Maak twee mooie piramides van vier stokken en leg bij elke stok vijf boontjes. ‘Isabel’, zo heet de boon die ik heb gekocht. Volgens Van de Wal ‘Een Tuindersselectie, rijk en sterkdragend gewas. Onvatbaar voor rolmozaikvirus en weinig last van zwarte vaatziekte en stippelstreep. Geeft een gebogen peul van ca 13-14 cm lengte. Blijft zeer mals en smaakt als dubbele zonder draad. Draagt vanaf de grond in trossen.’ Als dat niet goed klinkt dan weet ik het niet meer.

Ik begin met de sperziebonen. De snijbonen moeten nog heel even wachten, net als de borlottibonen. Wijs geworden van de tuinbonen span ik een net rond de stokken. ’t Zal me geen tweede keer gebeuren.

Lees verder