Jonge sla en raapstelenstampot

Voor het eerst gegeten uit de tuin. Sla. Gemengde sla. Pluksla. Was lekker. Verschillende soorten slablaadjes, ruccola en een kervelachtig blad dat lekker peperig smaakte. Weet niet wat dat is. Paar radijsjes erdoor, ook uit eigen tuin. Moest het wel goed wassen. ’t Zit vol met beestjes. Aardvlooien met name.

Dat geldt ook voor de raapstelen. Ik dacht dat ze zouden verdrinken maar ze kruipen zo de gootsteen uit. Van de raapstelen heb ik stamppot gemaakt. Mijn raapstelen hebben wat ruwe, licht behaarde bladeren. Niet zo glad als ze in de winkel liggen. En dan nog vol gaatjes ook. Heb ze dus maar gekookt en niet rauw door de stamppot gedaan. Was wel lekker. Spekje erdoor, uitje, lepeltje mosterd.

Het is een zacht voorjaar. Maar wel droog. Het is ook nooit goed. Misschien moet ik vaker water geven. Ik ben dat niet gewend in onze normale tuin. Daar geven we uiterst zelden water. Maar goed, dan heb je het ook over robuuste vaste planten met een goed ontwikkeld wortelstelsel. En niet over tere zaailingen wier wortel niet dieper gaat dan een à twee centimeter.

Deze week winterwortel gezaaid en pastinaak. ‘Flakkeese’ en ‘Tender & True’. Plus nog een rijtje andijvie en een rijtje bietjes. Niet alles komt even goed op. Ik denk dat ik meer water moet geven, ja.

Brussels kant

Mijn raapstelen worden aangevreten. De blaadjes vertonen een tamelijk kunstzinnig patroon van gaten en gaatjes. Het lijkt wel Brussels kant. Niet alleen de raapstelen, overigens. Ook de radijs heeft er last van. En sommige gewassen uit mijn lentesla-mix.

‘Aardvlooien’,  zegt mijn overbuurvrouw beslist, ‘vreselijke beestjes’.
‘Ze zijn heel klein’,  voegt medetuinier Nikos eraan toe, ‘een paar millimeter groot en met glimmende schildjes.’
‘En je kan er niks aan doen,’ besluit overbuurvrouw Toos met bijna masochistisch genoegen.

Lees verder

Nieuwbouwwijk

En dan, op 2 maart, is het zover: ik zaai! De bedjes zijn aangeharkt, de voren getrokken, de zaadjes neergelegd en toegedekt met zand. Vroeg, ja. Te vroeg?
‘Nu al?’ zeggen vrienden, ‘hebben jullie nu al gezaaid?’
Maar het is een winter van niks geweest en nu schijnt de zon en stijgt het kwik tot boven de 10 graden. Maar inderdaad, we zijn de enige op het moestuinencomplex.

Ik zaai een paar rijtjes pluksla, de lentemix van De nieuwe tuin, en een paar met Parijse worteltjes, die de naam ‘Parijse markt’ dragen en die ik alleen al om de naam wilde hebben. Ik zaai een half bedje in met raapstelen, met de iets minder poëtische naam ‘Gele’, en een paar rijtjes peultjes, de ‘Dwarf Sweet Green’ waar ik het laatst al over had. Ik zet twee keer vier stokken in piramidevorm bij elkaar en stop rond elke stok vier tuinbonen in de grond. ‘Bonen zaai je niet, maar leg je,’ mompel ik een opgedane boekenwijsheid tegen mezelf.

Lees verder