Pakjesochtend

Het mistte zondagochtend toen wij naar de tuin gingen. In de straten tussen de huizen viel het mee, maar boven de velden hing een nevel die maar weinig zicht doorliet. Toch was het druk in de tuinen. Gebogen ruggen deinden zachtjes op en neer, op een ritme van het geknip van snoeischaren, brekende takken, scheurende stengels en het zachte ploffen van kluiten aarde en het even zachte steunen van lichamen waarin de jaren gaan tellen. Soms rechtte zich een rug en dook een hoofd op boven de heggen, hekjes en struiken. Er werd een neus afgeveegd, een bril recht gezet, een blik van verstandhouding of een groet uitgewisseld en zo nu en dan met fluisterende stem een kort gesprek gevoerd.

Lees verder

Appels en peren vergelijken

Zeven appeltjes. Er zitten zeven appeltjes aan onze appelboom. Vruchtjes met een hoge aaibaarheidsfactor. Kan er bijna niet van afblijven als ik op de tuin ben. Moet dan even aan die blozende rode wangetjes zitten.

Aan de perenboom zaten twee peertjes. Zaten, ja. Op een dag lagen ze naast de boom op de grond. Eerst de ene, toen de andere. Niet door toedoen van een dier: laat ik dat hier nu ook eens zeggen. Nee, het was de boom zelf die zijn vruchten om de een of andere reden niet de moeite van het groot brengen waard vond en ze bruut liet vallen.

Hoop niet dat-ie daar een gewoonte van maakt.

Lees verder

Referentiekader

Afgezien van alles wat ik op internet en in boeken zie en lees, vormt de ervaring van één seizoen mijn enige referentiekader. En dus vergelijk ik de stand van mijn tuin met die van vorig jaar rond deze tijd. Maar helemaal eerlijk is dat niet. Want vorig jaar kende een extreem zacht voorjaar waar niet tegen op te boksen valt.

Lees verder

Vorst

Het is koud. Erg koud. ’s Nachts vriest het licht en overdag komt de temperatuur maar net boven het vriespunt uit, al maakt de wind dat het veel kouder aanvoelt. Het lijkt wel of ik elk jaar slechter tegen de kou kan. Of ik moet gewoon wennen na een lange periode van zacht najaarsweer. Hoe dan ook, al meer dan een week niet op de tuin geweest. Vandaag even snel langsgegaan. Er is ook niet heel veel te doen. En ook niet te halen. De vorst is over de boerenkool heen gegaan, zoals ze altijd zeggen. Die zou ik mee kunnen nemen. Maar ik heb geen zin in boerenkool. Er staat nog wat Eeuwige spinazie (Erbette, of Perpetual Spinach) en hoewel ik heb gelezen dat de plant goed tegen de vorst kan, lijkt het er nu toch op alsof ik nog net een laatste maaltje kan plukken. Dat doe ik dus ook, een klein tasje vol. Voor door de pasta. Ook neem ik twee kleine kropjes radicchio mee. Voor door de sla. En dan stap ik weer snel op de fiets en rijd naar huis.

Lees verder

Snoeien

Het is zo ver: ik ga mijn appel en peer snoeien. Toen ik ze kocht zei de kweker mij dat ik dat aan het einde van het jaar moest doen, als de bladeren eraf zijn. Behalve de pruim, die moet volgend jaar na de oogst. Tientallen keren heb ik de beschrijvingen en instructies op internet doorgenomen. De do’s en don’ts. Keer op keer gelezen, tot ik ze uit mijn hoofd kende. En nu, op het moment suprême, staande voor de boompjes met de snoeischaar in mijn hand, voor die iele boompjes met hun takjes van niks, slaat de twijfel toe. Alle opgedane kennis lijkt uit mijn hoofd verdwenen. Ik tast met mijn blik de kroon af en kies de takken uit die mogen blijven zitten. Zoek met mijn vinger voorzichtig naar een oog waarboven ik de knip moet zetten. Aan de buitenzijde, zeg ik in gedachten de kenners na. Ik vind een oog. Of is het een knop? Groeien uit die kleine puistjes volgend jaar vruchten of takjes? Ik zie het verschil niet. Uiteindelijk kies  ik er een uit. Zet de bladen van de snoeischaar erboven. Haal diep adem en…
Knip, zegt de schaar.
Tjak, doet de tak.
En daar ligt-ie. In de aarde. Aan de voet van de boom.

Lees verder