Voorjaar!

God zij dank: mijn appelboom loopt uit! De hele winter lang heb ik naar de kale, sterk teruggesnoeide stam en kroon gekeken. Ik kon de nieuwe loten er wel uit kijken. Maar nu is het zover. Ik maak in gedachten een juichsprongetje: gelukkig heb ik hem niet kapot gesnoeid.

En ook  de eerste zaden zijn ontkiemd en steken hun kleurige kopjes boven de aarde uit. Het is nu werkelijk voorjaar! Snoepjes zijn het, die iele steeltjes met hun kiemblaadjes, maar zo fragiel. Maar het is niet alleen het zaad dat ik in de grond heb gestopt dat ontkiemt. Door de hele tuin springt het onkruid tevoorschijn. En het erge is dat het onkruid zich niets aantrekt van mijn rijtjes en schema’s. Ze dringen zich tussen mijn pluksla en worteltjes: hoe herken ik wat onkruid is en wat niet? Ik durf niet te schoffelen en trek op mijn knieën gezeten één voor één elk sprietje onkruid eruit. Bij twijfel laat ik het staan, dat lijkt me de beste strategie.

Lees verder

Tussen droom en werkelijkheid

Er staat niet veel in mijn tuin. Niet veel groenten, tenminste. Wel bloemen. Vreselijk woekerende Physostegia bijvoorbeeld, maar ook grote plukken Verbena, hortensia’s en een klimroos die een knus boogje vormde boven het hekje. Op de kale aarde, waar her en der wat tegels liggen uitgestrooid, begint een dreigende five o’ clock shade van gras op te komen. Tussen de tegels van het paadje en het terras schiet riet en ander onkruid omhoog. Tegelijkertijd zie ik strakke paadjes voor mij, links een bloemenborder, rechts een strook met fruitboompjes, frambozen en bessenstruiken, en daartussen groentebedden, netjes op een rij, met rulle, aangeharkte aarde.

Lees verder