Zinloos geweld

Ik had de afgelopen weken thuis met veel ijver, zorg en aandacht courgettes en pompoenen opgekweekt. Vier mooie, forse planten waren het geworden. Twee courgettes (van het ras Defender F1 Hybride, wat eerlijk gezegd meer aan een concurrent voor de Joint Strike Fighter dan een courgette doet denken) en twee pompoenen. Uchiki Kuri, heten die laatste. Bij Judo krijg je daar een half punt voor, volgens mij.

Maar goed, vier planten dus. Ik wachtte tot na IJsheiligen, zoals de boekjes voorschrijven, en zette ze toen in hun bedjes, die ik mooi luchtig had gemaakt met extra compost en waar ik nog een handje koemestkorrels over had gestrooid. Beter kan een moestuinier niet voor zijn plantjes zorgen. Toch? Maar ik had mijn hielen nog niet gelicht of het noodlot sloeg toe.

Lees verder

Horrordier

Ik koop pvc-buizen en fijnmazige netten om mijn toekomstige groenten te beschermen. Die blijken namelijk belaagd te worden door elk denkbaar dier. Dat zeggen mijn medetuinders althans. En ik geloof ze, want het wemelt hier van de dieren. Sommige zie je, andere niet.

Het gevaar komt van alle kanten, zeggen mijn buren. Van de vogels in de lucht, de eenden in de sloot, de konijnen en hazen die hier ’s nachts rondlopen, de meer en minder zichtbare insecten op de grond en van een leger aan beesten onder de grond, zoals muizen, woelratten en mollen. Tegen de laatste categorie helpen mijn netten natuurlijk geen zier. Tegen de insecten trouwens ook niet. Maar ja, je moet toch wat. Hoewel het, als ik de verhalen moet geloven, bijna onbegonnen werk is en mijn buren zich elk jaar weer afvragen waarvoor zij het eigenlijk doen.

Lees verder