Chicks van de gestampte pot

Het liefst ga ik rond lunchtijd naar de tuin. Boterhammen mee. Bidon met water. Natuurlijk ook om wat te doen. Maar ook om er te zitten. Gewoon te zitten en een boterham te eten. En te kijken. Dat vooral. Naar de opgekomen knoflook bijvoorbeeld. Steken groen en pinkhoog boven de grond. Achtentwintig stuks. Vier rijtjes van zeven. Daar moet ik toch een aardig end mee kunnen komen volgend jaar. Kan me daar nu al op verheugen.

Lees verder

Kommer en kwel

Door de vele regen en een blessure aan mijn knie ben ik de afgelopen weken weinig op de tuin geweest. En als ik er was, kon ik weinig doen. Kijken, dat ging nog wel. Kijken en chagrijnig worden. Vanwege dat weer. En die knie.

De nazomer is daarmee letterlijk en figuurlijk wat in het water gevallen en met de nazomer ook de nazomeroogst. Boontjes die te lang aan de ranken zijn blijven hangen, courgettes die doorgegroeid zijn tot dijbeendikte, verzopen boerenkool. Het is een treurig rijtje, als ik het zo zie staan.

Lees verder

Oktober

Half oktober heb ik knoflook in de grond gestopt. Gewoon, een stuk of vijftien teentjes uit bollen van de supermarkt. En allemaal zijn ze prachtig opgekomen. Daar staan ze, twee rijtjes fris groene puntjes. Een vleugje voorjaar in de herfst.

Was wel leuk om ook nu nog iets nieuws te beginnen. Het is toch al zo’n Aflopende Zaak in het najaar en dat stemt me vaak toch al zo weemoedig. Waarom schiet me dan altijd die ene zin in gedachten: ‘Het grote sterven is begonnen.’ Geen idee waar ik die ooit gehoord of gelezen heb. Zou Gerard Reve kunnen zijn. Of Olie B. Bommel. Of een andere heer van stand.

Lees verder

De eerste raapjes en tweede leg worteltjes

Het gaat nu hard. De tuin lijkt opeens een groeispurt te hebben gemaakt. Waar het kiemen en groeien in het vroege voorjaar toch wat moeizaam ging, spuit alles nu werkelijk de grond uit. Misschien heb ik sommige dingen in mijn enthousiasme toch wat te vroeg gezaaid. De worteltjes bijvoorbeeld. Van de eerste zaaironde is bijna niets opgekomen. Maar de rijtjes die ik later heb gezaaid, mijn tweede leg zeg maar, doen het veel beter.

En het was droog, te droog. Ik heb te weinig water gegeven, weet ik nu. Ik heb de tuinslang, die wij thuis bijna nooit gebruiken, naar de moestuin gebracht. Ik sproei nu regelmatig. Dat gaat veel sneller dan lopen met een gieter. De planten lijken er wel bij te varen.

Lees verder

De bonen mogen erin!

Eindelijk is het zover: de bonen mogen de grond in! Na ijsheiligen. En voor wie dat net zoals mij niets zegt: na half mei. Ik begin met de sperziebonen. Maak twee mooie piramides van vier stokken en leg bij elke stok vijf boontjes. ‘Isabel’, zo heet de boon die ik heb gekocht. Volgens Van de Wal ‘Een Tuindersselectie, rijk en sterkdragend gewas. Onvatbaar voor rolmozaikvirus en weinig last van zwarte vaatziekte en stippelstreep. Geeft een gebogen peul van ca 13-14 cm lengte. Blijft zeer mals en smaakt als dubbele zonder draad. Draagt vanaf de grond in trossen.’ Als dat niet goed klinkt dan weet ik het niet meer.

Ik begin met de sperziebonen. De snijbonen moeten nog heel even wachten, net als de borlottibonen. Wijs geworden van de tuinbonen span ik een net rond de stokken. ’t Zal me geen tweede keer gebeuren.

Lees verder