Pakjesochtend

Het mistte zondagochtend toen wij naar de tuin gingen. In de straten tussen de huizen viel het mee, maar boven de velden hing een nevel die maar weinig zicht doorliet. Toch was het druk in de tuinen. Gebogen ruggen deinden zachtjes op en neer, op een ritme van het geknip van snoeischaren, brekende takken, scheurende stengels en het zachte ploffen van kluiten aarde en het even zachte steunen van lichamen waarin de jaren gaan tellen. Soms rechtte zich een rug en dook een hoofd op boven de heggen, hekjes en struiken. Er werd een neus afgeveegd, een bril recht gezet, een blik van verstandhouding of een groet uitgewisseld en zo nu en dan met fluisterende stem een kort gesprek gevoerd.

Lees verder

Een appel

De afgelopen dagen lag er een appeltje op onze eettafel. Hoewel je het er niet meteen van afzag, was het een Heel Bijzonder Appeltje. Het was namelijk het enige appeltje van onze appelboom dat tot volle wasdom is gekomen. Waar de andere zes er ergens tussen het voorjaar en nu de brui aan gaven, stopten met groeien, zich vroegtijdig op de grond lieten vallen of ten prooi vielen aan ongedierte, daar hield dit appeltje moedig stand. Enigszins verscholen tussen de bladeren werd hij stilletjes groter, kleurde groen met een rode blos en hield zich vogelsnavels en insectenbekken van het lijf.
Vraag me niet hoe, maar hij deed het.

Lees verder

Appels en peren vergelijken

Zeven appeltjes. Er zitten zeven appeltjes aan onze appelboom. Vruchtjes met een hoge aaibaarheidsfactor. Kan er bijna niet van afblijven als ik op de tuin ben. Moet dan even aan die blozende rode wangetjes zitten.

Aan de perenboom zaten twee peertjes. Zaten, ja. Op een dag lagen ze naast de boom op de grond. Eerst de ene, toen de andere. Niet door toedoen van een dier: laat ik dat hier nu ook eens zeggen. Nee, het was de boom zelf die zijn vruchten om de een of andere reden niet de moeite van het groot brengen waard vond en ze bruut liet vallen.

Hoop niet dat-ie daar een gewoonte van maakt.

Lees verder

Referentiekader

Afgezien van alles wat ik op internet en in boeken zie en lees, vormt de ervaring van één seizoen mijn enige referentiekader. En dus vergelijk ik de stand van mijn tuin met die van vorig jaar rond deze tijd. Maar helemaal eerlijk is dat niet. Want vorig jaar kende een extreem zacht voorjaar waar niet tegen op te boksen valt.

Lees verder

Voorjaar!

God zij dank: mijn appelboom loopt uit! De hele winter lang heb ik naar de kale, sterk teruggesnoeide stam en kroon gekeken. Ik kon de nieuwe loten er wel uit kijken. Maar nu is het zover. Ik maak in gedachten een juichsprongetje: gelukkig heb ik hem niet kapot gesnoeid.

En ook  de eerste zaden zijn ontkiemd en steken hun kleurige kopjes boven de aarde uit. Het is nu werkelijk voorjaar! Snoepjes zijn het, die iele steeltjes met hun kiemblaadjes, maar zo fragiel. Maar het is niet alleen het zaad dat ik in de grond heb gestopt dat ontkiemt. Door de hele tuin springt het onkruid tevoorschijn. En het erge is dat het onkruid zich niets aantrekt van mijn rijtjes en schema’s. Ze dringen zich tussen mijn pluksla en worteltjes: hoe herken ik wat onkruid is en wat niet? Ik durf niet te schoffelen en trek op mijn knieën gezeten één voor één elk sprietje onkruid eruit. Bij twijfel laat ik het staan, dat lijkt me de beste strategie.

Lees verder

Snoeien

Het is zo ver: ik ga mijn appel en peer snoeien. Toen ik ze kocht zei de kweker mij dat ik dat aan het einde van het jaar moest doen, als de bladeren eraf zijn. Behalve de pruim, die moet volgend jaar na de oogst. Tientallen keren heb ik de beschrijvingen en instructies op internet doorgenomen. De do’s en don’ts. Keer op keer gelezen, tot ik ze uit mijn hoofd kende. En nu, op het moment suprême, staande voor de boompjes met de snoeischaar in mijn hand, voor die iele boompjes met hun takjes van niks, slaat de twijfel toe. Alle opgedane kennis lijkt uit mijn hoofd verdwenen. Ik tast met mijn blik de kroon af en kies de takken uit die mogen blijven zitten. Zoek met mijn vinger voorzichtig naar een oog waarboven ik de knip moet zetten. Aan de buitenzijde, zeg ik in gedachten de kenners na. Ik vind een oog. Of is het een knop? Groeien uit die kleine puistjes volgend jaar vruchten of takjes? Ik zie het verschil niet. Uiteindelijk kies  ik er een uit. Zet de bladen van de snoeischaar erboven. Haal diep adem en…
Knip, zegt de schaar.
Tjak, doet de tak.
En daar ligt-ie. In de aarde. Aan de voet van de boom.

Lees verder