Gisteren mijn snij- en sperziebonen voorgezaaid. Of eigenlijk is ‘zaaien’ niet het juiste woord. Bonen leg je. Maar dat maakt het schrijven erover zo ingewikkeld dat ik toch maar voor ‘zaaien’ kies. Bovendien: voor taalpurisme is in de tuin geen plaats. Voor taal eigenlijk so wie so niet. Dat klinkt misschien vreemd uit de mond van iemand die erover schrijft. Maar het fijne van werken in een (moes)tuin is juist de taalloosheid. De stilte van al die handelingen, het spitten, harken. zaaien, wieden, oogsten, waarvan de betekenis en waarde zonder woorden kan.

Bonen kunnen niet tegen de kou en mogen pas na half mei de grond in. Omdat de vogels en muizen dol zijn op boontjes, zaai ik ze niet direct in de volle grond, maar zaai ik ze voor tot ze ongeveer 10 centimeter groot zijn. Het boontje waaruit de plant is gegroeid, is dan zo goed als verdwenen en heeft zijn aantrekkingskracht voor de dieren verloren. Het ontkiemen en uitgroeien doen zij in een week of vijf. Vandaar dat ik ze rond 10 april in een potje op de vensterbank zet.

Ik kies altijd voor stokbonen. Niet omdat die lekkerder zijn of een betere oogst geven, maar omdat ik dat zo mooi vind staan. Ik heb het geloof ik al eerder geschreven: denk ik aan een moestuin, dan zie ik bonenstokken staan. Die vier bamboestokken die als boortorens de lucht in steken en waarlangs de ranken in de zomer onverveerd omhoog klimmen. Tot ze omgetoverd zijn in weelderig groene pilaren, meer dan twee meter hoog, beladen met trossen bonen die als een waterval naar beneden golven.

Dit jaar heb ik gehoor gegeven aan een verlangen dat ik al enige jaren heb: ik heb paarse sperzieboontjes gekocht. Cosse violette heten ze. ‘Jong plukken als naaldboon, een delicatesse op het bord’, volgens de catalogus. Maar ook: ‘…een sterke groeier die ook bij late pluk nog zonder draad aan de bos hangt.‘ Fijne lectuur vind ik dat.

Een delicatesse op het bord en een schoonheid in de tuin. Diep paars van kleur. Ziet u het voor u? Ik wel. Ik kan niet wachten op dat moment deze zomer dat ik de eerste boontjes tussen de bladeren ontdek.

Er is alleen één ding. Bij het koken verliezen ze hun kleur. Zoals wel meer fraai gekleurde groenten dat doen. Donkergroen komen ze uit de pan. Heel gewoontjes.

Maar goed, gelukkig hebben we de smaak dan nog.

En de foto’s.

2 reacties op ‘Van kleur verschieten

  1. Ik denk dat ik dit weekend ook al boontjes ga voorzaaien, als ik nog bakken vind, want alle plastic bakken, schalen en ovenschalen staan vol met paprika’s, pepers, tomaten, aubergine’s en basilicum. Vandaag komen daar nog courgette’s, aspergeboontjes en pompoenen bij. Daarvoor heb ik lege wasmanden ingeschakeld… manlief krijgt nog een crisis met al die zaailingen in huis… zeker aangezien ik ze overdag buiten plaats en hij alle schalen mag helpen verzetten naar binnen s avonds… Ah, het leven van een moestuinier….

    • Heel herkenbaar. Daarom droom ik van een kas. Met werktafels vol zaailingen. Keurig op een rij. Naamkaartjes erin. Zinken gieter bij de hand. Mooie droom. Tot die tijd doen we het met een vensterbank of twee…

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s