Hoewel regen en storm anders doen vermoeden is het voorjaar toch echt aangebroken. Echt. Heus waar. Binnenskamers, althans. Waar de regen mijn moestuin lijkt te veranderen in een moerasdelta, nieuwe natuur zullen we maar zeggen, daar is op mijn vensterbank de lente al begonnen. Of het voorspel van de lente, beter gezegd.

Op de vensterbank van mijn slaapkamer staan de aardappeltjes voor te kiemen. Dit jaar heb ik gekozen voor het ras Anaïs. ‘Zeer vroege, zichzelf goed presenterende , hoog productieve consumptieaardappel. Grote regelmatige knollen, tamelijk vastkokend, met mooi geel vlees en een bijzonder goede smaak.’ Aldus de catalogus. Een kruising tussen de Monalisa en de Lizan. Op de vensterbank van mijn werkkamer staan turfpotjes met tuinbonen en peultjes. Respectievelijk de Aquadulce en de Heraut.

Op beide vensterbanken is het voorjaar al begonnen. De aardappels lopen uit en vormen de merkwaardige spruitsels die u hierboven op de foto kunt zien.  Fascinerende levensvormen vind ik het. In tegenstelling tot de aardappelen zitten de boontjes en erwtjes onder de grond en dan is het altijd maar afwachten wat er mee gebeurt en of er iets gebeurt. Lang wachten was het overigens niet, want de peultjes staken binnen een week hun kopje boven de aarde uit.

Het mooie is dat het ontkiemen en groeien met name ’s nachts lijkt te gebeuren. Als je naar bed gaat is er nog niets aan de hand en de volgende ochtend piepen twaalf groene kopjes boven de zwarte aarde uit. Ik weet niet of er wetenschappelijke onderbouwing voor mijn observatie bestaat, maar het zou natuurlijk kunnen dat de drive om te groeien in het donker groter is. Want, hoe prozaïsch dat ook mag klinken, daar is dat groeien natuurlijk allemaal voor bedoeld: het bereiken en vangen van licht.

Ook als zij eenmaal boven de grond uitsteken lijkt de groei voornamelijk ’s nachts plaats te vinden. Daarmee scharen de plantjes zich onder de nachtwerkers. Die hun arbeid verrichten als wij slapen.

Toen ik dat beeld overdacht, bleef ik hangen bij de gedachte dat die kleine, tere wezentjes elke morgen het ochtendgloren  hielden voor het resultaat van hun nachtelijke arbeid. Alsof zij met hun inspanningen zelf hoogstpersoonlijk het licht aan de hemel hadden bewerkstelligt. Wat een mooie, vertederende naïviteit, zo dacht ik.

Maar toen stelde ik me de dagelijkse desillusie bij het plantenwezen voor als het om een uur of zes ’s middags gewoon weer donker werd. En dat deed me denken aan onze eigen condition humaine en de gedachten en ideeën waarmee we die proberen op te leuken.

Al is dat laatste natuurlijk een veel te herfstige gedachte voor in dit prille voorjaar.

 

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s