Als mensen mij de laatste weken vroegen waarom ik geen stukjes meer over mijn moestuin schreef, antwoordde ik dat daar erg weinig over te schrijven viel. En dat ik het even helemaal gehad had met die tuin. Beide zaken vallen toe te schrijven aan de slakkenplaag die dit jaar mijn tuin, het hele tuincomplex en als ik het goed heb begrepen geheel Nederland treft.

Hoe het komt? Meestal wordt er iets gemompeld als ‘vochtige zomer, zachte winter en vochtig voorjaar’. Nou ja, dat is zo’n beetje het klimaat dat wij tegenwoordig hebben. Maar de afgelopen jaren waren wat dat betreft toch niet zo heel veel anders dan dit jaar. Het aantal naaktslakken in mijn tuin is dat wel. Natuurlijk, ik kwam ze elk jaar wel tegen en, toegegeven, elk jaar snoepten zij een beetje mee. Dit jaar liggen de kaarten echter anders. Dit jaar eten de slakken alles op en laten zij maar bar weinig over voor vrouw, kind en mij.

U denkt wellicht dat ik overdrijf, maar dat doe ik niet. Op dit moment is mijn tuin bijna leeg. Zo kaal als een gisteren ingezaaid voetbalveld. Alle sla, andijvie, snijbiet en spinazie is ten prooi gevallen aan de slakken. Datzelfde geldt voor de pompoen- en courgetteplanten die ik thuis had opgekweekt. Ik zette drie forse pompoenplanten en twee courgettes in de tuin. Toen ik een week later terug kwam, waren zij weg. Met haar en huid opgegeten door de slakken.

Ook de stengelui krijgt geen kans van hen. Ik wist niet dat zij dat aten, maar ze doen het. Zelfs onder de uien en sjalotten vallen slachtoffers. Misschien wel de grootste prestatie leveren zij in mijn bonenranken. Niet alleen eten zij de plantjes op die net hun kopjes boven de grond steken, maar als ware circusacrobaten klimmen zij tot twee meter hoog in mijn snij- en sperziebonen en vreten onderweg de ranken kaal.

Nee, afgezien van het fruit, is het treurigheid troef in mijn moestuin. De prei, die blijft ongemoeid en staat er prima bij. Ook mijn aardappelen, hoewel het blad wel wordt aangevroten, doen het goed; althans, bovengronds. Ik heb een rijtje bietjes, waarvan het blad en de knol wel gaatjes vertonen, maar goed, in tijden van schaarste kan men niet te kieskeurig zijn. En dan heb ik nog wat ui en knoflook, maar daar houdt het wel mee op.

Uit medelijden kreeg ik laatst van medetuinier Nikos wat boomspinazie en mais: de eerste heeft het een dag volgehouden, de laatste een week. Overigens blijkt nu dat ik een van de weinigen, of misschien wel de enige ben die geen slakkengif gebruikt. De anderen blijken dat in grote hoeveelheden te gebruiken en ik moet zeggen dat hun tuintjes er iets beter aan toe zijn dan die van mij. Ik heb daar niet uit een of ander edel principe van afgezien, maar simpelweg omdat ik het tot dit seizoen niet nodig had. Plus dat vrouwlief de combinatie van gif en moestuin geen aantrekkelijk idee vindt, hoezeer het product ook bezweert biologisch en ongevaarlijk voor mens, dier en plant te zijn. Ik moet daaraan toevoegen dat ik de laatste dagen de eerste tekenen van een verandering in opvatting bij haar bespeur.

Zelf ben ik al enige tijd om. Behalve met de vraat en de schade die wij daarvan ondervinden, heeft dat ook te maken met de bijna fysieke weerzin en walging die ik bij naaktslakken voel. Er is geen beest dat ik zo weerzinwekkend vind. Het is een combinatie van hun uiterlijk, fysiologie en de mateloosheid waarmee zij eten, leven en zich voortplanten. En er is ook geen beest waarin die drie zaken zo met elkaar verweven lijken te zijn en zo onverbloemd in hun uiterlijk en gedrag aan de oppervlak komen. Vandaar de titel van dit stukje: obsceen. Ik bedoel, lust en bevrediging, oké. Maar not in my backyard.

Misschien komt het allemaal wel door dat ene beeld waarvan ik een paar weken geleden op een ochtend getuige was en dat ik sindsdien maar niet van mijn netvlies krijg. Dat beeld van dat ene smalle pompoenensteeltje dat kaalgevreten boven de grond uitstak en waaromheen zich vier dikke naaktslakken hadden gekronkeld. Tot één walgelijk wezen verenigd zodat je bijna niet kon zien waar het ene dier eindigde en het andere begon. Net zoals ook niet viel te zeggen waaraan zij zich nu precies tegoed deden: aan wat restte van het plantje, elkaar, zichzelf, of de herinnering aan de nachtelijke orgie die had plaatsgehad. Dat beeld ja. Van vier dikke, kwijlende Romeinen rond een hulpeloze jongeling.

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s