Allereerst moet ik mijn excuses aanbieden aan de tuinboon. Vicia faba. Of mijn tuinbonen, om precies te zijn. Mijn tuinbonen, waarvan de THT-datum was verstreken. In mijn vorige stukje klaagde ik over het feit dat er van de vierentwintig gezaaide tuinbonen slechts één was opgekomen. Welnu, dat moet ik rectificeren: het zijn er inmiddels acht. Het stukje had in plaats van over de koppigheid van de tuinier dus ook over zijn ongeduld kunnen gaan.

Dat zijn er weliswaar nog steeds heel veel minder dan de peultjes, die een score van tweeëntwintig uit vierentwintig haalden, maar toch, dat beeld van die treurige, eenzame tuinbonenplant moet ik rechtzetten.

Acht tuinbonen. Dat is straks toch genoeg voor één maaltje. Of twee keer tuinbonenspread maken. Met knoflook, citroen, komijn en olijfolie. Of vignarola, dat heerlijke voorjaarsbordje uit Italië, met tuinbonen, doperwten, artisjok en spinazie, maar dan van alles een beetje. Overgoten met citroen, olijfolie, bouillon, lenteuitjes en kruiden als basilicum, peterselie en munt. Dat kan ik wel drie keer maken van mijn acht planten.

Het tweede nagekomen bericht betreft het roodborstje. U weet wel, het vogeltje dat mij gezelschap hield bij het spitten en zich tegoed deed aan de wormen die daarbij aan de oppervlakte kwamen. Blijkbaar voelde het diertje zich tekort gedaan. Was het van mening dat zijn bijdrage aan onze samenwerking groter was dan ik u voorspiegelde.

Het was er laatst weer. Het is er elke keer als ik mijn gezicht laat zien. Of het echt steeds hetzelfde roodborstje is, dat weet ik natuurlijk niet. Maar laten we zeggen dat het zo is. Je moet een mooi verhaal nooit verpesten met de waarheid.

Ik spitte. Het vogeltje keek toe.  En verschalkte op zijn tijd een wormpje. Tot zover niets nieuws onder de zon. Maar op een gegeven moment vloog het op van zijn zitplaats op het hek en landde op de rand van de emmer die een paar meter verderop stond. In die emmer bewaar ik de onkruidjes die ik uit de bedjes haal, waarna ik de inhoud van de emmer op mijn composthoop gooi. Om niets te verspillen van wat de natuur geeft aan goeds voor mijn tuin.

Op die emmer dus landde het roodborstje. Het keek mij aan met één kraaloogje, tilde het achterlijfje op en deed een poepje. Een minuscuul roodborstenpoepje. In de emmer. Daarna vloog het op.

Ik stond erbij en ik keek ernaar. En ik kon niet anders denken dan dat het op deze manier een bijdrage wilde leveren aan de vruchtbaarheid en voorspoed van mijn tuin. Iets terug wilde doen voor de wormpjes die het aan mij en mijn tuin te danken had. En iets recht wilde zetten in de eenzijdige berichtgeving over onze samenwerking van mijn kant.

Waarvan akte.

Recept vignarola
Recept tuinbonenspread

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s