Misschien denkt u dat het hebben en houden van een moestuin alles met zen te maken heeft. Met een een-zijn-met-de-natuur. Of misschien juist met ratio. Met boekenwijsheid, mindfulness, go-with-the-flow, boerenverstand, of aan welke smaak u ook maar de voorkeur geeft. Dan moet ik u teleurstellen. Dat is niet waar. Of beter, het is allemaal waar. Afhankelijk van het gemoed van de tuinier. En de staat van zijn tuin. Dat vooral. Il giardiniere è mobile. De moestuinier is wispelturig. Qual piuma al vento.

Soms komt daar nog een andere eigenschap bij. Een zekere irrationele koppigheid. Wanneer hij alles wat de natuur hem fluistert en de boeken hem zeggen negeert en halsstarrig tegen zichzelf herhaalt ‘en toch doe ik het zo’. Het is een vreemde eigenschap waarop ik mezelf regelmatig betrap. Ik zal u een voorbeeld geven.

Mijn moestuin kost mij ongeveer 365 euro per jaar. Ik ben 290 euro kwijt aan wat ik maar even ‘vaste lasten’ noem en de rest gaat op aan harde materialen, zaad en pootgoed, grondverbeteraars en mest. Misschien ben ik dat bedrag niet elk jaar kwijt, maar laten we het voor het gemak maar op 365 houden: 1 euro per dag. Haal ik dat bedrag eruit? Ik heb het nooit uitgerekend, maar ik denk dat ik quitte speel. Als mijn bessen en bramen het een beetje gaan doen, denk ik dat de opbrengst hoger zal uitpakken. Maar dit terzijde.

Waar het mij om gaat is dat ik dus 365 euro uitgeef. De rekening voor zaad en pootgoed bedroeg dit jaar € 27,45. En waarom, zo vraag ik mij sinds enkele weken af, waarom weigerde ik om daar een zakje tuinbonen à € 2,15 aan toe te voegen. Nog niet eens 0,6% van de totale kosten op jaarbasis. Oké, ik had nog tuinbonen over van twee jaar geleden, maar de houdbaarheid daarvan was met een paar maanden verstreken. En waar dat bij elk ander zaad aanleiding was om nieuw te bestellen, weigerde ik dat plotseling bij de tuinboontjes. Uit een koppigheid die zich als zuinigheid voordeed. De hakken in het zand. Tot hier en niet verder. Er zijn grenzen. Piketpaaltjes. Nou ja, zoiets.

En dus zaaide ik op 1 februari onder glas een eerste portie tuinbonen. Waarvan er vervolgens geen een opkwam. Een week geleden probeerde ik het nog een keer. Ik vulde een tray met vierentwintig kweekpotjes met tuinbonen en een met peultjes en zette beide op de vensterbank. Waar de peultjes al in grote getale aan het ontkiemen zijn geslagen en hun kopjes boven de aarde steken, daar zie ik bij de tuinboontjes welgeteld één puntje boven komen Als het daarbij blijft heb ik straks dus één tuinbonenplant in mijn tuin staan.

Als een monument voor de stijfkoppigheid, die elke moestuinier op zijn tijd overvalt.

 

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s