Het is moeilijk om weerstand te bieden aan de verleidelijkheid van het nieuwe. Niet alleen het vlees is zwak, ook in de standvastigheid of loyaliteit van de moestuinier wordt gemakkelijk een bres geslagen. Elk jaar weer wordt hij op de proef gesteld: vasthouden aan het vertrouwde of toegeven aan de verleiding van het nieuwe, het andere, aan de belofte van een flirt, de belofte van spanning, verandering, van mogelijk geluk.

Ik heb het hier niet over een crisis in zijn of haar huwelijk. Maar om de jaarlijks terugkerende vraag: wat te bestellen uit de zaadcatalogus? Blijven we trouw aan de soorten en rassen die zich de afgelopen jaren een stabiele partner hebben getoond, goed voor een gegarandeerde, degelijke opbrengst? Of bezwijken we voor de verleiding om iets nieuws te proberen? Neem ik ‘Velours’, een paars naaldboontjes in struikvorm, of toch de stoksperzieboon die ik de afgelopen jaren had? Houd ik het bij mijn oude vertrouwde boerenkool, of kies ik de palmkool ‘Nero di Toscana’?

Het is geen toeval dat in de hierboven aangehaalde voorbeelden de verleiding een welluidende, buitenlandse naam heeft. Daar ben ik gevoelig voor.  Fluister mij Franse of Italiaanse woordjes in het oor en ik word slap in mijn knieën, ik geef het toe. Overigens heb ik bij de sperzieboon uiteindelijk toch voor mijn ‘Isabel’ gekozen. Soms wint het hoofd het van het hart. Bij de boerenkool echter ben ik voor de Italiaanse schone gezwicht.

In de keuken gebruik ik nog steeds de sjalotten die ik afgelopen zomer heb geoogst. Een fantastische oogst was het. Enorme aantallen smaakvolle sjalotten. Ik denk dat ik aan de laatste tien toe ben. Geen enkele reden om op een ander ras over te stappen. Maar ik deed het toch. Voor komend seizoen bestelde ik de ‘Red Gourmet’, een slanke, langwerpig gevormde sjalot uit Frankrijk, met een koperkleurige schil en aan de binnenzijde roze gevlamd met rode rokken. Alsof het om een can can danseresje gaat.

Ook bij de aardappels ben ik overstag gegaan. Mijn ‘Annabelle’ was vorig jaar een redelijk succes. De opbrengst had misschien groter kunnen zijn, maar de aardappeltjes waren overheerlijk. Een zijdezacht dun schilletje en romig blank vruchtvlees. En toch heb ik haar aan de kant gezet. Mijn hoofd op hol laten brengen door een roodschillig ding met de een tikkeltje ordinaire naam ‘Ti Amo’.

Waarom? Niet omdat het moet.

Maar omdat het kan.

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s