Het is me de afgelopen weken al een paar keer gebeurd. Dat ik bij het leeghalen en omspitten van de bedjes een eikeltje tussen de aarde vond. Te diep om er zo maar neergevallen te zijn. En nog te zeer intact om er al een aantal seizoenen te liggen.

O zeker, er staan eikenbomen op het tuinencomplex Langs de akker. Prachtige exemplaren, zoals er toch een keur aan oude, grote bomen staat. Maar niet in de directe omgeving van mijn tuin. En een eikeltje is te zwaar om op de wind een grote afstand af te leggen.

Gravend in de zwarte aarde, starend naar het licht bruine eikeltje in mijn hand, kon ik het niet laten om te denken dat iets het daar had achtergelaten. Of verstopt, beter gezegd. Een dier. Een knaagdier. Dat een wintervoorraad had aangelegd. Maar anders dan Knabbel en Babbel, mijn referentiekader in zaken als deze, had het beestje niet alle eikeltjes op een en dezelfde plek verstopt maar willekeurig verspreid over mijn tuin. Een kwestie van risicospreiding? Of van onnozelheid? Hoe dan ook, het had aan mij een slechte want ik vond ze allemaal.

En gooide ze weg.

Vond dat achteraf bezien tamelijk bruut. Ik zag de hele tijd radeloze knaagdiertjes voor me die straks, als de winter is ingevallen, wanhopig door mijn tuin rennen. Op zoek naar de wintervoorraad die ze er hadden verstopt. Hoorde ze zelfs dingen prevelen als ‘waar zijn die eikeltjes toch gebleven’ en ‘het was toch echt hier, ik weet het zeker’. Noem het de disneyficatie van de moestuin, als u wilt.

Maar ja, ik had ook geen zin in eikenbomen tussen mijn groenten. Al geef ik u meteen gelijk als u zegt dat het zo’n vaart niet loopt. Dus nee, ik kan weinig zinnigs aanvoeren ter verdediging van mijn impulsieve daad. Misschien kan ik het nog goedmaken. Een doosje gemengde noten verstoppen tussen de planten.

En hoe zit het intussen met mijn eigen wintervoorraad? Denk dat ik de winter daarmee even slecht doorkom als mijn knaagdiertje met zijn verdwenen eikeltjes. Ik heb nog een schuur vol uien en sjalotten, dat wel. Daar liggen ook nog twee pompoenen en een handvol bollen knoflook op een plank. In de tuin staat nog voor één keer prei. De laatste kropjes andijvie moet ik er eerdaags uithalen, blancheren en invriezen: denk dat ik daar nog twee of drie keer van kan eten. Ik heb wat boerenkool, al is het niet veel, en er staat nog snijbiet. In het kasje heb ik nog pluksla en rucola staan en buiten nog twee rijtjes radicchio. De winterpostelein is flink opgekomen, daar kan ik wel een paar keer van oogsten, en datzelfde geldt voor de veldsla.

Dat is het wel.

Ben daar niet ontevreden mee. Maar ik ben blij dat ik mijn wintervoorraad de komende maanden bij detailhandel en supermarkt kan aanvullen.

Maakte laatst een fijn gerecht van pompoen. Het was een recept van Yvette van Boven. Zij noemde het een butternuttaartje. Ik maakte het niet met een flespompoen, maar met een gewone ronde. Het oranje vruchtvlees maakte het qua kleur misschien nog wel mooier. Maakte het ook niet in een springvorm, maar in een ovenschaal. Deed me eerder denken aan een gratin dauphinois dan aan een taartje. Maar lekker was het wel. Plakjes pompoen, ricotta, bouillon, knoflook, salie, paprikapoeder en chiliflakes, peper en zout, meer is het niet. Vijftig minuutjes in de oven. Een heerlijk warm en verwarmend gerecht. Om de winter mee door te komen.

En, nou ja goed, laat het niet uw eetlust bederven, maar wijd dan op dat moment ook nog een gedachte aan de minder bedeelden in het dierenrijk.

Recept ovenschotel pompoen

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s