Het liefst ga ik rond lunchtijd naar de tuin. Boterhammen mee. Bidon met water. Natuurlijk ook om wat te doen. Maar ook om er te zitten. Gewoon te zitten en een boterham te eten. En te kijken. Dat vooral. Naar de opgekomen knoflook bijvoorbeeld. Steken groen en pinkhoog boven de grond. Achtentwintig stuks. Vier rijtjes van zeven. Daar moet ik toch een aardig end mee kunnen komen volgend jaar. Kan me daar nu al op verheugen.

Over rijtjes gesproken, de winterpostelein is mooi opgekomen, maar ik heb het veel te dicht gezaaid. Toen ik ze zaaide wist ik eigenlijk niet hoe de plantjes eruit zien. Later zag ik dat het ze vrij grote rozetjes vormen. Ben bang dat dat niet gaat lukken in mijn rijtjes. Dat wordt dus uitdunnen.  ’t Is ook altijd wat met dat zaad. Als je het mooi dun zaait komt de helft niet op en zaai je het dicht op elkaar dan doet alles het.

Ik verbaas me er altijd over hoe boeren dat doen. Wel eens goed naar een maisveld gekeken? Strakke rijen met steeds dezelfde afstand tussen de ene en de volgende plant. Hoe krijgen ze dat voor elkaar? Ik begrijp wel dat het niet zo moeilijk is om die machines op een ingestelde afstand een zaadje te laten vallen. Maar hoe krijgen ze het voor elkaar dat elk zaadje vervolgens ook uitkomt? Zulk zaad zou ik ook wel willen hebben.

Maar goed, ik zat niet alleen, ik deed ook nog wat. Paar stukjes grond schoon maken, onkruid wieden, frambozen eten. En andijvie oogsten. Er staat nog aardig wat. Ik weet eigenlijk niet veel anders te doen met andijvie dan er stamppot van maken. Nu houd ik persoonlijk wel van een stamppot, wat je tegenwoordig trouwens ‘stamppotje’ schijnt te moeten noemen om het wat salonfähiger te maken, maar vreemd is het wel. Boerenkool is bijvoorbeeld op dit moment weer helemaal hip en vindt zijn weg naar tal van bereidingen en toepassingen. Ook spinazie heeft daarover niet te klagen. Maar andijvie? Sloeg wat aan het googelen, maar het enige dat ik kon vinden was het recept voor een aardappel-andijvie taart op de website Chicks love food. Besloot die toen maar te maken. Verving wel het gehakt door spekjes. En koos in plaats van 6 eieren voor 4 eieren en een kwart liter room. En voor een schaal in plaats van een taartvorm.

Serveerde het een uurtje later met een salade van veldsla, rucola, witlof, appel en krullen parmezaan.
‘Veel lekkerder dan stamppot,’ zei zoonlief toen ik hem daarnaar vroeg.
‘Ideaal voor kinderen die geen groenten lusten,’ zei zijn vriendin.
Daar zat wat in.
Zelf vond ik toch een stamppot lekkerder. Miste die zalvige, romige puree met een likje mosterd.

Misschien een generatiedingetje.

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s