Het mistte zondagochtend toen wij naar de tuin gingen. In de straten tussen de huizen viel het mee, maar boven de velden hing een nevel die maar weinig zicht doorliet. Toch was het druk in de tuinen. Gebogen ruggen deinden zachtjes op en neer, op een ritme van het geknip van snoeischaren, brekende takken, scheurende stengels en het zachte ploffen van kluiten aarde en het even zachte steunen van lichamen waarin de jaren gaan tellen. Soms rechtte zich een rug en dook een hoofd op boven de heggen, hekjes en struiken. Er werd een neus afgeveegd, een bril recht gezet, een blik van verstandhouding of een groet uitgewisseld en zo nu en dan met fluisterende stem een kort gesprek gevoerd.

We aten een paar frambozen en aardbeien, mijn vrouw en ik, en vooral die laatste waren heerlijk zoet, zoeter dan je zou verwachten op zo’n nevelige, frisse najaarsochtend. Ik moest het zware werk nog steeds aan haar laten. Terwijl zij geknield en op haar knieën onkruid wiedend door de tuin ging, beperkte ik me noodgedwongen tot wat lichte klusjes, zoals het poten van knoflooktenen, het opruimen van een bed met aardbeienplanten en het uitbuigen van de takken van de perenboom.

Eigenlijk had ik dat laatste al veel eerder in het jaar moeten doen. Het is een klusje dat ik me telkens weer voornam, maar even zo vaak vergat. Zo gaat dat soms. Of misschien wel iets vaker dan soms.

Ik heb het vorig jaar ook gedaan, dat uitbuigen, maar toen al in de zomer. Naast snoeien is het een techniek om de kroon van een appel- of perenboom in de juiste vorm te krijgen: open. Je snoeit daarvoor takken weg die teveel zijn, naar de stam toe groeien of elkaar kruisen. Maar omdat takken, zeker die van een peer, de neiging hebben om omhoog te groeien in plaats van meer horizontaal, kun je ze, als ze nog jong zijn, in de juiste richting sturen. Of dwingen, zo u wilt. En dat nu heet uitbuigen.

Het wordt op verschillende manieren gedaan, maar ik doe het door de takken met een touwtje naar beneden te trekken en dit touwtje beneden op de grond te verzwaren met een baksteen. Je moet het natuurlijk niet overdrijven, want dan breken ze, maar jonge takken kunnen aardig wat hebben. Om te voorkomen dat het touw in het hout van de tak snijdt, knoop ik daar met raffia eerst een soort lusje aan vast. En daar bind ik dan weer mijn touwtje aan. Je trekt ze zo in een meer horizontale richting en daarmee de kroon meer open. Als je de touwtjes na een aantal maanden weg haalt, blijven de takken ook zonder het hun aangemeten keurslijf in dezelfde houding staan.

Bij de appelboom heb ik ervan afgezien. Die stond er eigenlijk wel erg goed bij en kan na een snoeibeurt in februari zo het nieuwe seizoen in. Maar die peer, die stuurt zijn takken het liefst parallel aan de stam de lucht in.

Het is een fijn klusje, dat uitbuigen. Het kost geen inspanning en geeft een hoop voldoening. En geeft je het gevoel dat je goed en professioneel bezig bent. Al kun je daar je vraagtekens bij zetten als je het, zoals ik nu deed, pas in oktober doet. Toen ik klaar was monsterde ik met tevredenheid mijn werk. Het is een koddig gezicht, zo’n boom met touwtjes, en dan met name vanwege die bakstenen, die als cadeautjes rond de stam van de boom liggen.

We namen een paar kropjes andijvie mee en drie stokken prei en plukten nog wat tijm, rozemarijn en salie. Tegen het einde van de ochtend loste de nevel op en brak de zon door. We voelden de lucht een handvol graden warmer worden en alle tuinders keerden het gezicht als zonnebloemen naar de zon.

Alsof de ochtend van zijn nevelwindsels werd ontdaan, als een pakje van zijn papier, en ons het cadeautje schonk van een zachte nazomerdag.

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s