Ik had de afgelopen weken thuis met veel ijver, zorg en aandacht courgettes en pompoenen opgekweekt. Vier mooie, forse planten waren het geworden. Twee courgettes (van het ras Defender F1 Hybride, wat eerlijk gezegd meer aan een concurrent voor de Joint Strike Fighter dan een courgette doet denken) en twee pompoenen. Uchiki Kuri, heten die laatste. Bij Judo krijg je daar een half punt voor, volgens mij.

Maar goed, vier planten dus. Ik wachtte tot na IJsheiligen, zoals de boekjes voorschrijven, en zette ze toen in hun bedjes, die ik mooi luchtig had gemaakt met extra compost en waar ik nog een handje koemestkorrels over had gestrooid. Beter kan een moestuinier niet voor zijn plantjes zorgen. Toch? Maar ik had mijn hielen nog niet gelicht of het noodlot sloeg toe.

Het noodlot dat ongedierte heet. Slakken. Muizen. Vogels. Welk dier dan ook. Of het nu twee, vier of helemaal geen poten heeft. Toen ik Tweede Pinksterdag op de tuin kwam, zag ik tot mijn ontsteltenis dat ze een van de twee courgettes hadden weggevreten en allebei de pompoenen. Misschien had ik bij nader inzien toch beter die Joint Strike Fighter in mijn tuin kunnen zetten. Om hem te laten schieten op alles wat beweegt.

Ik bedoel, een hapje hier, een besje daar. Een aangevreten appeltje of een mals blaadje sla, daar heb ik geen moeite mee. Maar hier was geen sprake van honger, van een hapje van het een of ander, dit was pure moord. Een brute en zinloze slachtpartij. En nog van het domste mateloze soort ook. Want als het beestje nou een beetje slim was, had hij de plant in leven gelaten om er elke week een lekker blaadje van te kunnen eten.

Het was een triest gezicht. Die even de moed in mijn tuindersschoenen deed zakken. Maar goed, gelukkig was er ook veel heugelijk nieuws. Zo telt mijn aardbeienbed tientallen weliswaar nog groene maar wel al grote vruchten. En evenzoveel bloemen. De kruisbessen groeien en rijpen, de Loganberry telt honderden bloemetjes die druk bezocht worden door de bijen. En in de appel, peer en pruim komen minivruchtjes millimeter voor millimeter tot wasdom. De pruimpjes zijn het verst. Zie de foto hierboven. Schattiger en aaibaarder kan niet, vindt u ook niet.

Met mijn meiraapjes lijkt iets vreemds aan de hand. Grote planten zijn het met veel loof. Meer dan de planten vorig jaar hadden, volgens mij. Maar raapjes zie ik nog niet. Wel bloemstengels, en ook daarvan was vorig jaar geen sprake. Het leek me het beste om die eruit te knippen. Zodat de plant geen moeite in bloem en zaad zou stoppen en zijn aandacht nu eindelijk eens op de knollen zou richten. Ik begrijp wel dat je je liever met een bloem dan een knol tooit, maar aan de ijdelheid der planten heb ik geen boodschap.

Die afgeknipte bloemstengels leken trouwens sprekend op cime di rapa, een Italiaanse groente die voor zover ik weet geen Nederlandse naam kent. Het zijn de bloemstengels van een soort kooltje, met blad eraan en een klein bimi-achtig bloemhoofdje. Ik dacht erover om ze mee naar huis te nemen en te bereiden. Zoals de Italianen dat doen. Met orechiette, knoflook, ansjovis, olie, vers gemalen peper en wat geraspte kaas. Maar vrouwlief wilde er niets van weten.

Zou willen dat het dierengeboefte in mijn tuin zo kieskeurig was.

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s