Afgezien van alles wat ik op internet en in boeken zie en lees, vormt de ervaring van één seizoen mijn enige referentiekader. En dus vergelijk ik de stand van mijn tuin met die van vorig jaar rond deze tijd. Maar helemaal eerlijk is dat niet. Want vorig jaar kende een extreem zacht voorjaar waar niet tegen op te boksen valt.

Ik wist dat wel, maar zocht het voor de zekerheid toch nog even op. Op de site van het KNMI las ik dat maart dit jaar een gemiddelde temperatuur van 6,2 °C kende. Dat is precies gelijk aan wat het KNMI het langjarige gemiddelde noemt. Wel telde de maand iets meer zonuren dan gemiddeld, 158 tegenover 125, en was het aan de droge kant. In 2014 echter was de gemiddelde temperatuur in maart 8,4 °C, bedroeg het aantal uren zonneschijn 203 en viel er nog minder regen dan dit jaar, slechts 26 mm.

Ook april was vorig jaar zeer zacht met een gemiddelde temperatuur van 12,1 °C tegen 9,2 °C normaal. We zijn dit jaar pas net over de helft van de maand maar het KNMI verwacht op een gemiddelde temperatuur van 9,42 °C uit te komen.

Wat betekenen die paar graden verschil in temperatuur? Dat de tuin een paar weken achterloopt bij vorig jaar. Ik moet dus ophouden met het maken van die vergelijking. Stoppen met mijn verwachtingen baseren op een extreem zacht voorjaar. En mij geen zorgen maken als de tuin dit jaar iets langer de tijd neemt.

Maar goed, nog één keer de vergelijking met vorig jaar. Maar dan ten positieve. Want wat ik dit jaar wel heb en vorig jaar niet is bloesem. Bloesem in mijn fruitboompjes. Het begon met de pruim, de peer staat op uitkomen en de appel komt eraan. Ik vind het een prachtig gezicht, die fijn geschilderde witte bloemetjes. Een vleugje Japan in mijn moestuin. En Van Gogh. En de belofte van vers fruit uit eigen tuin in zomer en najaar.

Deze week was er echter lichte consternatie op de moestuinen: een zwart kevertje was in grote getale neergestreken op onze fruitboompjes. Mensen groepten bij elkaar, monsterden het beestje met zijn glimmende zwarte schildje dat zich alleen op de tere blaadjes van de fruitbomen ophield. De een bevroeg de ander, maar niemand kende het of had het eerder gezien. Een paar dagen lang gonsde een lichte paniek rond. Een wolk van donkere dreiging hing boven de tuintjes en bedrukte het gemoed der tuinders. Er werd gezocht naar een oplossing voor het probleem, een bestrijding van deze indringer, exoot, vreemdeling. Men keek naar de bomen en struiken die al jaren en jaren in de tuintjes stonden, alsof een van hen de schuldige kon zijn, de mol, de verrader die de vijand had binnengelaten.

Nikos, een sympathieke tuinier van Griekse afkomst, keek argwanend naar de heg van zijn buren die louter bruine, verdorde bladeren droeg.
‘Weet jij wat dat voor struik is?’ smiespelde hij.
‘Een beukenhaag,’ zei ik.
‘Aah, een beuk…’ Hij streek nadenkend over zijn kin. en knikte toen instemmend.

Tot maatregelen tegen beuk of kever is het gelukkig niet gekomen. Toen ik zaterdag op de tuin kwam, was het kevertje zo goed als verdwenen. Angst en achterdocht waren weg. De zon scheen. Over de fruitbomen en groentebedden. En in des mensen harten.

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s