Ik koop pvc-buizen en fijnmazige netten om mijn toekomstige groenten te beschermen. Die blijken namelijk belaagd te worden door elk denkbaar dier. Dat zeggen mijn medetuinders althans. En ik geloof ze, want het wemelt hier van de dieren. Sommige zie je, andere niet.

Het gevaar komt van alle kanten, zeggen mijn buren. Van de vogels in de lucht, de eenden in de sloot, de konijnen en hazen die hier ’s nachts rondlopen, de meer en minder zichtbare insecten op de grond en van een leger aan beesten onder de grond, zoals muizen, woelratten en mollen. Tegen de laatste categorie helpen mijn netten natuurlijk geen zier. Tegen de insecten trouwens ook niet. Maar ja, je moet toch wat. Hoewel het, als ik de verhalen moet geloven, bijna onbegonnen werk is en mijn buren zich elk jaar weer afvragen waarvoor zij het eigenlijk doen.

Dit alles krijg ik bij wijze van welkom van hen te horen. Maar het ergste moet nog komen. Vandaag hoorde ik verhalen over een dier waarvan ik nog nooit had gehoord: de veenmol. Ze zeiden het toen zij toen ze alle andere ellende al over mij hadden uitgestort.
‘Ja, en we hebben hier veenmollen, hè.’ De man zei het op zo’n manier dat me alleen uit dat ene zinnetje al duidelijk werd dat al het voorgaande hierbij verbleekte. ‘Heb je ze al eens gezien?’
Ik schudde mijn hoofd.
‘Hij is wel zo groot,’ zei hij, terwijl hij duim en wijsvinger zo ver mogelijk uiteen spreidde. ‘En hij heeft scharen en een pantser als een kreeft. Ze zijn razendsnel en graven enorme gangen.’
Onder mijn pvc-bogen en netten door dus, dacht ik, terwijl ik mij een voorstelling probeerde te maken van dit horrordier, half kreeft en half insect.
‘Ja en het zijn agressieve beesten, hoor,’ ging zijn vrouw verder, ‘ze vallen je zo aan: ze kunnen ook vliegen!’
‘Het zijn beschermde dieren,’ fluisterde haar man weer, terwijl hij zijn hoofd samenzweerderig naar mij toe boog, ‘maar als ik ze zie dan zet ik zo de schep erin.’

Terwijl ik mijn spullen opruimde, haalde ik  mijn mobiel uit mijn rugzak en googelde uit het zicht van mijn buren naar dit angstaanjagende dier. Verdomd hij bestond! Hoewel niet zo eng als mijn buren mij hadden geschilderd, was het inderdaad een eigenaardig schepsel. Een bijna vijf centimeter groot krekelachtig insect met een gepantserd voorlijf en twee grote voorpoten met graafklauwen. Daarmee graaft hij gangen onder de grond. Zijn voedsel bestaat uit wormen, larven en insecten, maar als hij een wortel van een plant tegenkomt, is hij niet kieskeurig en bijt hij die af en eet hem op.

‘En naaktslakken, daar stikt het hier ook van,’ riep mijn buurman me toe toen ik wegging. ‘Maar die knip ik meteen doormidden,’ voegde zijn vrouw eraan toe, terwijl ze haar snoeischaar strijdlustig in de lucht stak.

Wil je reageren? Leuk!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s